Tijdens de opname neemt de adviseur je hele woning onder de loep, om precies te bepalen hoe energiezuinig het is. Dat is wettelijk voorgeschreven. Het begint met een kort gesprek: wat weet je zelf al over je woning, zijn er nog bouwtekeningen of facturen van verbouwingen? Daarna wordt elke ruimte bekeken, inclusief kruipruimte en zolder, om de isolatie van vloer en dak te beoordelen. Ook de dikte van de muurisolatie wordt gemeten, want minder warmteverlies betekent een lager energieverbruik en dus een beter label.
Vervolgens kijkt de adviseur naar de verwarmingsinstallatie: een gasketel, of ben je al overgestapt op een warmtepomp? Ook energieopwekkers tellen mee: zonnepanelen leveren groene stroom, en dat werkt positief door in het label. De ventilatie wordt eveneens beoordeeld. Te veel frisse lucht binnenlaten voelt fijn, maar kost ook warmte, dus hier is balans belangrijk.
Warmtebehoud is de belangrijkste factor voor je energielabel. Daarom kijkt de adviseur ook goed naar het type beglazing, enkel, dubbel of driedubbel glas, en gebruikt hij een speciaal instrument om te checken of er een isolerende coating op het glas zit.
Al met al is een opname best uitgebreid werk: reken op drie kwartier tot een uur. Daarna verwerkt de adviseur alle gegevens in gespecialiseerde software, waarna het label wordt geregistreerd bij de overheid en jij het label ook zelf ontvangt.